De BOE

KoeIk plant mijn stokken in het modderige bergpad en tracht krampachtig mijn evenwicht te bewaren. De afdaling is lastiger dan het stijgen. Ik vloek en bid tegelijk. Veel te hoog geklommen. Mijn knieën knikken. Af en toe gooi ik een blik op het dal. Daarvoor moet ik halt houden, want dalen en kijken gaan niet samen.
    Geklingel achter mijn rug. Luid, dus dichtbij. Ik verstijf. De bel brengt de lucht aan het trillen en verstoort mijn wankele evenwicht. Ik schuif, en plant mezelf in de rotsige wand terwijl ik voorzichtig over mijn schouder loer.
    Bella staart me met grote ogen aan, en blaast haar natte adem in mijn nek. Ik vergeet te vloeken en te bidden wanneer de grijze bergkoe me nonchalant passeert. Verbijsterd volg ik haar vaste tred. ‘Zij heeft het voordeel van vier poten.’ denk ik terwijl ze klingelend aan mij voorbij gaat.