Vertraging

treinstation trappen (1 of 1)Vijf over vijf. Over de zee van hoofden golft een monotone stem: ’Spoor vier … de trein naar Luik-Guillemins van 17 uur 15 met een vertraging van tien minuten vertrekt van spoor acht in plaats van spoor vier.’ Nog voor Els de trappen bereikt stopt ze. Een vluchtige blik op haar plastic polshorloge terwijl ze zich een weg baant tegen de stroom in. Haar handtas hangt zwaar over haar schouder en ze trekt de riem strakker aan. Eén hand op de sluitklep, de andere zoekt diep in de zak van haar grauwe regenmantel. Met een verfrommelde zakdoek veegt ze een druppeltje weg van haar rode neus. Ze snuift en kucht terwijl ze er stevig de pas in zet. Haar blik speurt naar het scherm. Veel rood. Ze vloekt binnensmonds en haast zich naar spoor acht. Met een plof en een zucht perst ze zich op het hoekje van een volle bank.
    Een wolk parfum in turquoise mantel stoot haar aan. Twee groene, zwaar opgemaakte ogen boren zich in de hare. Els hapt naar adem, haar mond valt open maar er komt geen geluid uit. De fijne potloodwenkbrauwen tegenover haar schieten omhoog en een dun lachje onthult een parelwit gebit.
    ‘Elsje…? Maar enfin, voor die ene keer dat ik met de trein reis!’ Els kreunt iets van herkenning en trekt haar mondhoeken op.    ‘Katja.’, klinkt het van ergens binnenin. Een beetje hol en rauw, alsof ze de naam uit een vergeten put moet opdiepen. Een vloedgolf van hoge toontjes en verzuchtingen slaat onstuitbaar over haar heen. Els zakt met elk oh-tje, ach-je, steeds verder onderuit. Ze duwt haar grijzende haarlok achter haar oor, schuift haar bril omhoog terwijl ze opnieuw die wakke zakdoek opdiept uit haar versleten regenjas. Haar neus lekt onverbiddelijk.
    Voor die rode vonk fladdert een paar fijn gemanicuurde handen. Katja, vals-blond en keurig gekapt. Els zucht. ’15 jaar!’ Hoort ze uit de rood gestifte mond piepen. Els duwt haar bruine tas als een schild tegen haar buik aan. Als de vloedgolf stil valt ziet ze een vragende blik geamuseerd over haar heen glijden. Af en toe blijft hij hangen: Op het rode puntje van haar neus, haar weerbarstige grijzende lokken, de donker glimmende lederen handtas, haar rood gezwollen handen en als Katja tenslotte de platgetrapte laarsjes getaxeerd heeft schieten haar ogen weer naar boven.
    Of zij nog steeds in hun marginale dorpje woont? Een geamuseerde fonkeling doet de groene ogen oplichten. Els opent haar mond maar haar woorden worden meegezogen in een langgerekt gekreun van ijzer op ijzer wanneer de trein over de rails scheurt.
    Of zij nu ook naar Antwerpen reist? Els schudt haastig van niet en wijst naar het scherm waarop de verandering van spoor aangekondigd staat. Katja slaat haar hand voor de mond en kijkt ontredderd om zich heen. Els zwaait nog even met een verfrommelde zakdoek wanneer de deuren voor haar rode neus sluiten. Terwijl de trein sissend het perron verlaat ziet ze de blauwe rug met witblonde haren, op stiletto-hakken naar de trappen trippelen, een felrode trolley hobbelt onwillig achter haar aan.
    Katja verdwijnt in een mist. Els veegt haar bedompte bril niet schoon en sluit de ogen.

treinstation op het spoor (1 of 1)